Vestingwerken Zwolle

Zwolle binnen de singels

Op 31 augustus 1230 ontving Zwolle het stadsrecht. Een belangrijke bepaling van dit stadsrecht was dat de bewonders de vrijheid kregen om hun nederzetting te omgeven met grachten, planken en muren. Vermoedelijk was een groot deel van de bewoningskern rond 1260-1280 al volledig ommuurd. Van deze eerste stadsmuur die grotendeels de natuurlijke loop van de dekzandrug zal hebben gevolgd, is slechts één segment opgegraven op een locatie bij Achter de Broeren aan de zuidzijde van de Kleine Aa. Vermodelijk liep deze stadsmuur vanaf de Kleine Aa over het Rodetorenplein door de Korte Kamperstraat, de Kalverstraat en de Koestraat. Waar de oostgrens in deze periode heeft gelegen is tot op heden niet bekend. Mogelijk zal deze ergens in de buurt van de huidige Schoutenstraat en Vijfhoek moeten worden gezocht.

Na 1324 is de stad begonnen met de aanleg van een tweede stadsmuur. In de historische bronnen worden vanaf dat moment ook voor het eerst verdedigingswerken vermeld. Zo is er sprake van een Diezerpoort (1328), een toren aan de Visschendeshaven (1329), een Koepoort (1329) en een toren aan de Waterstraat (1334). Al deze verdedigingswerken liggen op belangrijke strategische plekken in de stad. De noordgrens werd net als in de periode daarvoor nog steeds gevormd door de Klein Aa. Na 1350 komt ook de westgrens prominenter in beeld en bestaat er een Rode Toren (1351), een Voorsterpoort (1364) en een Sassenpoort (1365). Bij de Sassenpoort gaat het om een voorloper van de huidige nog bestaande poort die op een andere plek heeft gelegen.Achter de Broeren, het Rodetorenplein en aan de Korte Kamperstraat zijn resten van deze tweede muur opgegraven. In de huidige bebouwing zijn van deze muur ook nog talloze resten bewaard gebleven. Bekend zijn muurdelen bovengronds en in kelders in huizen aan de Koestraat, Korte Kamperstraat, Walstraat en Spoelstraat. In 1380 is de nieuwe stadsmuur voltooid. Aan de uitvalswegen staan de Kamperpoort, de Diezerpoort en de Sassenpoort. Tegen het geweld van kanonnen die omstreeks deze tijd in gebruik kwamen, waren de poort en de stadsmuren niet bestand. Daarom werd de stad al snel na de bouw van de Sassenpoort, voorzien van een dubbele vestinggracht.

Het centrum van Zwolle heeft nu een stervormige plattegrond. Dit is de vestinggordel van wallen en bolwerken. De bolwerken werden vanwege de dreiging tijdens de 80 jarige oorlog(1568-1648) aangelegd. De vestinggordel was in 1619 grotendeels klaar en bood vanaf dat moment de gewenste veiligheid voor de burgers van de stad. Aan de noorzijde van de stad werd een nieuw kroonwerk met 5 bastions aangelegd dat nu bekend staat als het Noordereiland. Buiten de vestinggracht lag als extra verdediging van de Sassenpoort een buitenwerk dat als een M-vorm tegen de stadsgracht aanlag. Dit zogenaamde hoornwerk is nu nog te herkennen in het stratenpatroon van de van Karnebeekstraat, de Zuiderkerkstraat en de Zeven Alleetjes. De vesting Zwolle werd verbonden met de Katerschans die aan de monding van de IJssel ter plaatse van de huidige Katerveersluizen lag.

In 1789 verloor de vesting haar verdedigingsfunctie. Op een deel van de voormalige vestingwallen werd in de 19de eeuw een park in Engelse landschapsstijl aangelegd naar een ontwerp van tuinarchitect Hendrik van Lunteren.