Koos Veterman

Voetbalclub: PEC

Zwolle 24-8-1894 – Auschwitz 21-5-1943

Beroep: Koopman

Koos Veterman werd geboren uit het huwelijk van Meijer Veterman en Jetje Troostwijk. Hij stamde af van twee Joodse koopmansfamilies die al enkele generaties in de regio woonden. Zijn wieg stond aan de Drietrommeltjessteeg vlakbij de Broerenkerk en de toenmalige synagoge. Hij had drie broers en vijf zusters.

Koos trouwde in 1920 met de Amsterdamse Roosje Ritmeester (1900-1943) en uit hun huwelijk werden drie zonen en twee dochters geboren. Het gezin woonde aan de Bitterstraat 103 en Koos was koopman in antieke en tweedehands meubelen. Eerder had hij ook in oud ijzer gehandeld.

Gezien de advertenties ter gelegenheid van hun 20-jarig huwelijk, die ook in arbeidersdagbladen verschenen, was Koos een aanhanger van het sociaaldemocratische gedachtengoed.

Eerste elftal

Koos was in ieder geval tussen april 1917 en maart 1924 eerste-elftalspeler van PEC, vooral als middenvelder, maar soms ook in de voorhoede. In maart 1921 was hij geselecteerd om in het team voor Oost-Holland in Essen een wedstrijd tegen het team van West-Duitsland te spelen.

Op dezelfde dag zou PEC een belangrijke competitiewedstrijd tegen Heracles spelen. Koos meldde zich af voor de internationale wedstrijd om zijn club te dienen. In mei 1923 zou hij nog het eerste van de drie doelpunten maken in een wedstrijd tegen hetzelfde Heracles.

In 1929 bood Koos het bestuur van de vereniging ter gelegenheid van de promotie van PEC naar de 1e klasse van de voetbalbond een plaquette aan namens de oud-spelers.

Deportatie

Bij de tweede grote deportatie vanuit Zwolle werden Koos en zijn gezin, behalve oudste zoon Meier die al een maand eerder was gedeporteerd, op 18 november 1942 naar Durchgangslager Westerbork gezonden. Vandaar werden Koos en zijn vrouw en hun jongste zoon op 18 mei 1943 naar Sobibor gedeporteerd.

Roosje werd meteen na aankomst vermoord in de gaskamers. Koos en zijn jongste zoon hebben mogelijk nog langer geleefd, omdat een getuige na de oorlog verklaarde hen later nog gezien te hebben. Ook zij werden vermoord en hun sterfdatum is op 21 mei 1943 bepaald.

De middelste zoon en de beide dochters waren al op 10 maart 1943 naar Sobibor gedeporteerd. De eerste werd daar vermoord. Koos’ beide dochters overleefden de oorlog na van kamp tot kamp te zijn gesleept.

 

Bronnen:

POZC 9-3-1921, 28-5-1923, 22-7-1929
www.oorlogslevens.nl

© tekst Jaap Hagedoorn. Overname van tekstgedeelten toegestaan, mits de bron (naam auteur en website) wordt vermeld.